Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Meisjesogen 'Sterntaler'

Coreopsis lanceolata 'Sterntaler'

Foto: Meisjesogen 'Sterntaler'

Meisjesogen groeit en bloeit vrijwel altijd in wat voor tuin ook. Het is een vaste plant ingevoerd vanuit het oosten en centraal Noord-Amerika. Een wat minder lieflijker naam voor de plant is luizenbloem. Hoewel het geslacht behoorlijk wat soorten kent, wordt meestal alleen maar Coreopsis verticillata verkocht. Meisjesogen houdt niet van blijvend natte voeten. Een goed ontwaterende grond of grond die wat aan de droge kant is, is een ideale uitgangspositie.

Van nature groeit Coreopsis (Compositae) op zandige plaatsen en vormt met tal van andere planten de kruidlaag in droge bossen. Halverwege de achttiende eeuw is de plant in Amerika in cultuur gekomen. 
Coreopsis bloeit onafgebroken met alleenstaande bloemen vanaf halverwege juni tot halverwege oktober. De tweede naam verticillata betekent zoveel als 'met bladerkransen'. Het loof van de plant is vrijwel naaldvormig en dat duidt op aanpassing aan grote temperatuurverschillen.

Coreopsis kan aan het einde van zomer worden vermeerderd door delen van de pollen.

Planten worden op een onderlinge afstand van vijfentwintig centimeter uitgeplant. Bij uitgroeien is de maximale hoogte vijftig centimeter. Plant meisjesogen in groepen aan de rand van de border. Het is een prima afbakening langs hoger groeiende vaste planten.
Hoewel Coreopsis een gezonde groei en bloei vertoont, doet de tweede Nederlandse naam 'luizenbloem' minder goeds vermoeden. Soms wordt de plant geteisterd door bladluis, wantsen of meeldauw. .

Laat u niet uit het veld slaan, meisjesogen is een betrouwbare vaste plant. Ziekten en plagen komen in deze plant heus niet zo vaak voor, dat je er daarom maar helemaal niet aan zou moeten beginnen. Bovendien is het een uitstekende snijbloem voor op vaas.

Omschrijving:
Dicht opeengroeiende rechte, hoge stengels, die groeien uit een verwarde massa dunne rizomen.
De bladeren staan in kransen van 3 en zijn verdeeld in zeer smalle segmenten.
Bloeit met een overvloed aan gele bloemen.
Weinig of niet woekerend.
Snijbloem-doorbloeier.

Plantvoorschriften:
Zonnige plaats met koele bodem - voedselrijke bodem en open plaats - houdt niet van natte voeten.
Plantafstand onderling 25cm - liefst in groepen.
Houdt niet van klei grond.

Verzorging:
Einde zomer of lente vermeerderen door delen.

Ziekten:
luizen-wantsen-meeldauw

Eigenschappen

Hoogte
40 - 50 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Ja
PH
Neutraal
Vochtigheid
Normaal
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend