Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Beemdkroon

Knautia arvensis  • 

Foto: Beemdkroon

Foto: Beemdkroon
Foto: Beemdkroon
Foto: Beemdkroon

De hoofdjes van Beemdkroon, Knautia arvensis (L.) Coult., uit de Kamperfoeliefamilie, vallen op door hun lichtblauwe tot lila kleur. De soort staat vooral in onze wat meer soortenrijke gras- en hooilanden en op dijkhellingen in het rivierengebied.
De bloemen trekken veel vlinders en bijen aan. De plant produceert veel nectar en is daarom een geliefde insectenplant. Imkers noemen het een drachtplant omdat ze nectar en stuifmeel levert aan de bijen. 

  • Afmeting: 15 tot 70 cm.
  • Levensduur: Overblijvend. Hemikryptofyt (winterknoppen op of iets onder de grond).
  • Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.
  • Wortels: Een vertakte wortelstok, waaraan bloeistengels en niet-bloeiende rozetten ontspringen. Worteldiepte tot 100 cm.
  • Stengels: De stengels zijn kort borstelig behaard. De bloeistengel is vrij fors, rolrond en meestal vertakt.
  • Bladeren: De gesteelde, grijsgroene rozetbladen zijn langwerpig, zowel naar de top als naar de voet versmald en aan de rand vaak grof gezaagd tot gekarteld, maar soms gaafrandig. Aan de bloeistengel groeien meestal (tenminste in het midden) enige veervormig gedeelde, zittende, tegenoverstaande bladen met lancetvormige slippen. De verdeling van enkelvoudige en gedeelde bladeren over de plant kan echter sterk verschillen.
  • Bloemen: Tweeslachtig (een bloem met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen). De 2 tot 4 cm grote bloemhoofdjes zijn tamelijk vlak en hebben sterk stralende randbloemen. Het ruw behaarde omwindsel is samengedrukt vierkantig, kort getand en bestaat uit enkele rijen langwerpige elkaar dakpansgewijs bedekkende blaadjes, waarvan ook de langste meestal niet tot de rand van het hoofdje reiken. Er zijn geen stroschubben. De kelk heeft de vorm van een kroontje met ongeveer 8 schuin omhoog staande, priemvormige tanden. De 4-tallige kroon is licht blauwpaars of soms roze.
  • Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het bolronde vruchthoofdje valt spoedig uiteen. De schijnvrucht is vierkantig, ruig behaard en niet gegroefd. De voet van het bloemomwindseltje ontwikkelt zich tot een wit, vlezig, oliehoudend aanhangsel, dat mieren aanlokt, die mede voor de verspreiding zorgen. De zaden zijn zeer kort levend (< 1 jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).
  • Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot meestal vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkhoudende tot vaak kalkrijke grond (zand, leem, mergel, löss en zavel).

Zaaien: Gecontroleerd zaaien: September - februari in potten of zaaibakje in onbeschermde koude bak. Verspenen. Verpotten en koel opkweken. Uitplanten als de plant voldoende ontwikkeld is (meestal in het najaar). Kiemt bij maximaal 5 graden Celsius. Kiemt langzaam en onregelmatig. Dikwijls in het voorjaar erop. 
Ter plekke zaaien vanaf augustus, eventueel na de zaden een koudebehandeling te hebben gegeven. 
Uitdunnen op een afstand van 20 cm.
Zaait zich kwistig, doch niet hinderlijk uit.

Eigenschappen

Hoogte
1 - 150 cm
Kleur
  •   
  •   
  •   
Winterhard
Ja
PH
Kalkrijk
Vochtigheid
Vochtig
Licht
Zon
halfschaduw
Evergreen
Bladverliezend

Deze plant in de webshop