Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Bekervaren

Matteuccia struthiopteris  • 

Foto: Bekervaren

Foto: Bekervaren

De Bekervaren of Struisvaren is een varen uit de bolletjesvarenfamilie (Onocleaceae). Bij de Beker- of Struisvaren gaat het om dezelfde varen, dus in beide gevallen heet de plant 'Matteuccia struthiopteris'. Vanwege de beker- of trechterachtige vorm die gevormd wordt door de buitenste steriele bladeren wordt hij dus Bekervaren genoemd. Anderen noemen hem Struisvaren, waarschijnlijk omdat de volgroeide, buitenste bladeren (die rechtop staan met aan de versmalde top een lichte ombuiging), aan struisvogelveren doen denken. Bovendien betekent 'struthiopteris' struisvogel-varen (Lat. 'struthio' en Grieks 'strouthion' is struisvogel en Grieks 'pteris' is varen).

Deze varen is zeer decoratief en elegant om te zien en daarom geliefd en veel te zien in tuinen, parken, plantsoenen etc. De plant is tussen de ca. 35-150 cm hoog en bestaat uit vier soorten. Alle vier de soorten hebben dicht opeenstaande frisgroene buitenbladeren die een trechter vormen en een beschubde wortelstok, maar alleen de Europese variant is degene die woekert d.m.v. worteluitlopers. Deze worteluitlopers groeien uit een sterkontwikkelde, rechtopstaande, korte en dikke wortelstok die soms iets boven de grond uitkomt. De nieuwe varens die uit de zich verspreidende wortelstokken ontspruiten 'wandelen' a.h.w. door de tuin, zodat er in de tuin nieuwe groepjes varens ontstaan. Naast het vormen van nieuwe planten uit de worteluitlopers, plant de varen zich ook voort d.m.v. sporen.

Hoewel de plant niet inheems is, is hij wel ingeburgerd in Nederland en België. Meestal zijn 'in het wild' aangetroffen varens afkomstig van verwilderde tuin- en parkexemplaren. De Beker- of Struisvarens die in Nederland worden aangetroffen zijn allemaal afkomstig van verwildering, in België komt de authentieke 'wilde' varen hier en daar voor, maar is daar erg zeldzaam omdat deze oostelijke soort qua westelijke verspreiding eigenlijk narmaliter ergens in Duitsland haar grens bereikt. Van oorsprong komt de varen uit het gematigd klimaat-gebied van het Noordelijk halfrond (Midden Europa vanaf de Ardennen, Rusland, China). Ook komt de plant uit Noord Amerika en Japan.

Varens zijn o.h.a. sterke planten, dus van ziekten of aantastingen door insecten hebben ze zelden last.

De Beker- of Struisvaren komt voor op vochtige tot natte, beschaduwde plaatsen in loofbossen, (bos)beekgebieden, rivieroevers met aangeslibt materiaal, graslanden met uittredend grondwater en kan zelfs tijdelijk overstromingen weerstaan. Belangrijk is dat het hele jaar zowel sprake is van een goede vochtvoorziening als doorluchting van de bodem en dat de bodem humusrijk is.

Het is een niet wintergroene plant, het buitenste steriele blad zal in de nazomer verdorren en sterft dan af, maar de plant is wel winterhard. De plant is bladdimorf, wat inhoudt dat er twee verschillende soorten blad door één en dezelfde plant gevormd worden. Dit is 1: het steriele buitenste blad dat de zogenaamde beker of trechter vormt. Dit lancetvormige, dubbelveerdelige blad staat vanuit de voet van de plant iets schuin naar buiten en groeit vanaf het vroege voorjaar tot ca. 100-150 cm. hoogte. De kleur van dit blad is aan zowel de onder- als bovenkant heldergroen en is niet voorzien van sporen. De onderste bladeren van de plant zijn meestal lichtgroen tot witachtig van kleur. De middennerf begrenzende 30-70 bladparen per blad zijn gelobd of gedeeld en gaafrandig. De afzonderlijke steriele bladeren staan dicht opeen. En 2: het binnenste smallere en stijvere fertiele blad dat wel sporen draagt. Dit binnenste blad is aanvankelijk groen van kleur, kleurt gaandeweg steeds bruiner en is donkerbruin als het eenmaal volwassen is. De fertiele bladeren (ca. 6-8 stuks) zijn geveerd met tot aan de nerf opgerolde kokervormige deelblaadjes van de eerste orde, waarbinnen zich de onrijpe hoopjes sporen (sori) bevinden. De sporangiën hebben geen dekvliesje. Dit fertiele blad is korter dan het buitenste blad, want wordt tot ca. 50 cm. lang en verschijnt pas in de zomer, vormt in augustus sporen, die in de winter rijpen. Dit stugge 'binnenblad' is i.t.t. het 'buitenblad' wel tegen de winter bestand (kan een temperatuur tot ca. -25 C゜verdragen) en staat de gehele winter donkerbruin en rechtop in het hart van de varen. In het vroege voorjaar verschijnen weer de sterk gekromde buitenste varenblaadjes, frisgroen van kleur en stevig opgerold. Zij ontvouwen zich en groeien gestaag tot zij weer de 'beker' van de plant vormen. Inmiddels hebben de binnenste fertiele bladeren in de deze volgende lente hun opgerolde blaadjes uitgespreid en hun rijpe sporen vrijgelaten.

Het buitenste steriele blad staat op zeer korte stelen, het binnenste fertiele blad op langere stelen. De Beker- of Struisvaren lijkt op de Mannetjesvaren en de Wijfjesvaren, maar de deelblaadjes van de steriele bladeren van eerstgenoemde lopen tot aan de grond door.

Vereisten

De Beker- of Struisvaren houdt van halfschaduw en schaduw en kan zelfs veel schaduw verdragen, beter dan veel zon. De plant verdraagt wel enigszins wat zon, maar in de volle zon zal de varen verdorren en bruin worden. Het beste is een vochtige tot moerassige bodem, maar niet drijfnat. De bodem moet goed doorlatend zijn zodat overtollig water steeds goed afgevoerd kan worden. Voor een goede groei is een humusrijke grond aan te raden.

Deze varen is een makkelijke, sterke plant en kan bij goede verzorging zelfs heel oud worden. Ze groeien vrijwel in elke grond (bodem met een pH 5- 6,5) op voorwaarde dat deze humusrijk is, dus te schrale grond verrijken met tuinaarde, bladgrond, mulch of compost en dit dan ca. 1 x per jaar bijhouden. Een hogere pH-waarde dan neutraal wordt ook verdragen.

De standplaats moet fris, luchtig en beschut zijn, dus geen winderige en tochtige plekken. Geen kletsnatte of te compacte grond, dus klei- of leemgrond bewerken. De bodem in de zomer vochtiger houden dan in de winter. Bij het aanplanten van de varen vooral het eerste jaar er voor zorgen dat de bodem vochtig genoeg blijft.

De Beker- of Struisvaren houdt niet van regelmatige betreding door mens, dier en vervoersmiddelen, maar kan wel spontaan opkomen op de opgehoogde rand van inrijdingssporen, zolang het gebied niet te vaak verstoord wordt en vochtig genoeg is.

Onderhoud

Extra meststoffen zijn meestal niet nodig (tenzij de bodem te Stikstofarm is) zolang de humuslaag maar regelmatig wordt aangevuld. Deze varens zijn dol op een hoog Stikstofgehalte (N) in de bodem gecombineerd met voldoende Kalium (K) om een goede N-K-balans te behouden en verbrandingsverschijnselen e.d. te voorkomen. De verhouding N5+P2+K4 tot ten hoogste N9+P5+K7 aanhouden. Planten in gewone grond kan, vooral als de grond dus humusrijker gemaakt wordt.

In de winter kan de varen extra beschermd worden door een extra mulchlaag van bladeren rondom de voet te leggen. In het daaropvolgende voorjaar het blad (deels) verwijderen of rondom wat uitharken. Het buitenste steriele blad sterft dus voordat het winter wordt af, je kunt het eerder verwijderen om het aangezicht minder rommelig te maken, maar beter kan het pas na de laatste nachtvorst worden verwijderd als de nieuwe varenblaadjes tevoorschijn komen.

Het is een woekerende plant met veel worteluitlopers. Vermeerderen door het scheuren van de wortelstokken of door sporen. Worteluitlopers kunnen van de moederplant worden gesneden of geknipt en elders weer worden uitgeplant. Wanneer dikke wortelstokken verwijderd moeten worden kun je deze het beste uitgraven.

Het zaaien van de sporen kan ook, in een paar weken gaan de sporen ontkiemen, maar aangezien het vermeerderen en uitplanten d.m.v. de worteluitlopers een stuk eenvoudiger en veel minder bewerkelijk is, is deze laatse optie aantrekkelijker.


Voor beplanting ca. 3-7 planten per m² gebruiken.

Gebruik

De Beker- of Struisvaren kan als bodembedekker worden toegepast tussen meerdere jonge- en volwassen (loof)bomen en struiken, doet het goed als achtergrondvaren in de border, en kan goed in groepjes geplant worden als 'opvuller' van lege- of schaduw-/Noordkantplekken, of als sierplant worden aangeplant langs vijver en in kuip. Het is een snelle groeier, dus lege plekken zijn in korte tijd op te vullen. De varen oogt mooi als onderbegroeïng. Aankleder en opvuller van parken, landgoederen en kasteelbossen misstaat de Beker- of Struisvaren niet. De Europese variant heeft de neiging nogal te woekeren, dus verwijder indien nodig op tijd de worteluitlopers. Het verse frisgroene buitenste blad kan in verse bloemboeketten worden gebruikt, de binnenste fertiele bladeren kunnen gedroogd worden toegepast in droogboeketten. Ook hebben de fertiele bladeren een mooie decoratieve uitstraling in de winter.

De Beker- of Struisvaren kan gegeten worden, hetgeen in sommige landen ook gebeurt, zoals in Japan waar het dan 'Kogomi' genoemd wordt en op het platteland in het noordoosten van Noord-Amerika. De hele jonge, nog stevig opgerolde bladeren worden dan b.v. rauw of gekookt gegeten. In deeg gefrituurd wordt het als een delicatesse beschouwd. Deze opgekrulde bladeren werden ook wel 'Croziers' genoemd, vanwege de gelijkenis met een gebogen/gekrulde bisschopsstaf. De smaak van de 'varen-rolletjes' is bitter.

Eigenschappen

Hoogte
30 - 150 cm
Kleur
  •   
Winterhard
Ja
PH
Neutraal
Vochtigheid
Vochtig
Licht
halfschaduw
Schaduw
Evergreen
Bladverliezend