Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Terug   

Tulpenmozaiekvirus (TMV)

Tulip breaking virus (TBV)

Gewas:
Diverse gewassen: Tulp
Familie:
Virussen

Herkenning

De symptomen zijn meestal duidelijk zichtbaar voor en tijdens de bloei. De ernst en duidelijkheid van de symptomen is afhankelijk van de gevoeligheid van de cultivars, waarbij elke cultivar zijn eigen karakteristieke symptomen laat zien.

Deze symptomen zijn meestal gedurende een vrij korte periode zichtbaar. Bij voorspoedige groei kunnen de symptomen snel weer verdwijnen. Ook kunnen onder sterk drogende omstandigheden de symptomen vager worden of zelfs in een bepaalde fase van de groei niet tot ontwikkeling komen. De symptomen van een in het ene seizoen opgelopen besmetting komen pas in de nateelt van het volgende teeltseizoen te velde naar voren.

a. Symptomen in de plant en de bladeren

Zieke planten kunnen na opkomst, voordat de bladeren spreiden, een spichtige stand (sigaarvormig) laten zien. Bladeren kunnen smaller zijn dan bij gezonde planten. Bij veel cultivars is langs de bladranden een (mozaïek)tekening te zien van paarsrood en groen, of van licht- en donkergroen die bij viruszieke planten langzamer verdwijnt dan bij gezonde planten. Ook kunnen langs de bladranden strepen en banden met een afwijkende groene kleur zichtbaar zijn. Deze verkleuringen zijn in veel cultivars slechts tijdelijk duidelijk zichtbaar en kunnen bij verdere ontwikkeling van de planten minder zichtbaar of onzichtbaar worden (maskeren).

Tijdens en na de bloei komen op de bladeren vooral patronen van mozaïek voor in de vorm van licht- en donkergroene vlekken, grijze streperigheid of zilvergrijze kringvlekken en ruitjespatronen. De beide laatstgenoemde symptomen zijn vooral kenmerkend voor de Darwin-hybriden en botanische tulpen, die meestal voor de bloei geen of onduidelijke bladsymptomen vertonen. Aan het einde van het teeltseizoen zijn viruszieke planten alleen nog te onderscheiden aan een vervroegde afsterving.

b. Symptomen in de bloemsteel

Voor de bloei kunnen op de bloemsteel een licht- tot donkergroen mozaïek of onscherp begrensde paarsachtige vlekken voorkomen. Ook kan de bloemsteel egaal anders gekleurd zijn dan normaal. Soms zijn deze symptomen maar slechts enkele dagen zichtbaar.

In enkele cultivars kan het langer zichtbaar blijven van een paarsverkleuring op de bloemsteel karakteristiek zijn voor het virus, zelfs als de bladeren onvoldoende symptoomontwikkeling laten zien.

c. Symptomen in de bloem

De bloemknop is soms slanker dan normaal, als de bloemblaadjes niet goed tegen elkaar aansluiten. Soms is dan al een bloemkleurbreking zichtbaar. Op de nog jonge bloemen van enkele geel- en witbloeiende cultivars is het iets langer aanwezig blijven van een groenige, blauwachtige, of andere kleurschakering een karakteristiek kenmerk van een viruszieke plant. De geopende bloem kan een verfrommeld uiterlijk laten zien of een in andere opzichte afwijkende vorm. De randen van de bloemblaadjes zijn soms geschulpt, getand of gegolfd . In bovenaanzicht sluiten de bloemblaadjes bij het donker worden niet meer normaal en harmonieus. De patronen van bloemkleurbreking en de mate van kleurbreking naar licht en donker verschillen afhankelijk van de gevoeligheid van de cultivars. Bij geel- en witbloeiende cultivars zijn soms nog vaag glazige vlekken en streperigheid op de bloemblaadjes te zien. Daarnaast is de vormverandering van de bloemen en kleurveranderingen van de stempel van groen naar wit een belangrijke kenmerkt om viruszieke planten van gezonde planten te kunnen onderscheiden.

Bij enkele roodbloeiende cultivars kan de stempel verkleuren van groen naar roodachtig. Als de bloei langer duurt, wordt de kleurverandering van enkele donkerbrekende cultivars intenser, terwijl in veel geel- en witbloeiende cultivars tevens de stempelkleurverandering duidelijk naar voren komt.

De volledige bloei van viruszieke planten kan soms een paar dagen later optreden dan bij gezonde tulpen.

 

Levenswijze

Het mozaïek in tulpen kan worden veroorzaakt door een viertal virussen, te weten tulpenmozaïekvirus, tulpenbandmozaïekvirus, tulpentopmozaïekvirus en Rembrandt-tulpenmozaïekvirus. Al deze virussen zijn draadvormig en worden gerekend tot de zogenaamde potyvirusgroep. De virussen worden verspreid door vliegende bladluizen op non-persistente wijze. Veel virusverspreiding vindt plaats vóór, tijdens en tot enkele weken na de bloei.

Er bestaan duidelijke en grote verschillen in vatbaarheid tussen de verschillende tulpencultivars. De vatbaarheid is niet gerelateerd aan de bloemkleur en het bloeitijdstip.

De kans op overbrenging met de kopmachine tijdens het koppen van de bloemen is vrijwel afwezig. Als voor het gebruik als snijbloem de tulpen diep in het gewas worden afgesneden is er een redelijke kans op overdracht van viruszieke naar omringende gezonde planten. Gedurende het gehele bewaarseizoen kan verspreiding van virussen door bladluizen plaatsvinden. Een eenmaal opgelopen virusinfectie in een bol gaat op alle nakomelingen over.

 

Maatregelen

  • gedurende het gehele teeltseizoen viruszieke tulpenplanten verwijderen (ziekzoeken); hierbij rekening houden met de ontwikkeling van voor cultivars karakteristieke symptomen in verschillende perioden van het veldseizoen; eventueel vóór het planten partijen tulpen laten toetsen m.b.v. de ELISA-toetsmethode, zodat bekend is welk viruspercentage te velde te verwachten is;
  • gewasbespuitingen uitvoeren tegen bladluizen volgens de geldende adviezen;
  • tijdens de bewaring van de tulpenbollen een ruimtebehandeling uitvoeren tegen bladluizen volgens de geldende adviezen;
  • bij aanschaf van partijen tulpen deze laten toetsen m.b.v. de ELISA-toetsmethode om het percentage virusziek te achterhalen.
     

Meer informatie:

Aanvullende informatie

Foto's

 

In samenwerking met groenkennisnet.nl