Wil ook jij specifieke informatie ontvangen over jouw tuin?

Heb je reeds een MijnTuin.org account? Aanmelden

Terug   

Pythium voet- en wortelrot (aubergine)

Pythium spp.

Gewas:
Aubergine
Familie:
Waterschimmels (Oömyceten)

Herkenning

De fijne wortels van aangetaste planten verslijmen en er treedt een natrot op.

De schors laat los van de centrale cilinder waardoor deze gemakkelijk kan worden afgestroopt. Bij verdergaande aantasting rot het gehele wortelstelsel. De plant blijft achter in groei, wordt donkerder en verwelkt enigszins, vooral bij zonnig weer.

Levenswijze

Aubergineplanten kunnen door verschillende Pythium-soorten worden aangetast. Deze Pythium-soorten verschillen onderling onder andere in morfologie, pathogeniteit en epidemiologie. Elk van deze soorten heeft een optimale temperatuur voor groei en aantasting. Pythium ultimum bijvoorbeeld is een veelvoorkomende soort met een optimale groeitemperatuur van ongeveer 20 °C. Deze soort tast vooral kiemplanten aan en planten die te koud worden geteeld of te koud water krijgen. P. aphanidermatum daarentegen heeft een optimumtemperatuur tussen 35 en 40 °C en tast planten aan die (te) warm water krijgen.

Pythium soorten kunnen zwemmende sporen (zoösporen), rustsporen (oösporen) en schimmeldraden produceren waarmee ze de wortels van planten aantasten. Jonge, zwakke, verwonde of afstervende wortels worden het gemakkelijkst aangetast. De kans op aantasting is het grootste na een periode van zware plantbelasting, donker of extreem warm weer, na het geven van zeer koud of warm water en bij telen op een zeer droog of nat teeltsubstraat. .De schimmel groeit in de wortel verder. Op en in de aangetaste wortels worden structuren gevormd (zoösporangiën ), waaruit de zwemmende sporen komen. In de aangetaste wortels en stengelvoet worden dikwandige rustsporen (oösporen) gevormd. Hiermee kan de schimmel moeilijke omstandigheden overbruggen, ook zonder waardplant. De rustspore kiemt als er een levende wortel in de buurt komt. De rustsporen kunnen ook de structuren produceren waaruit zwemmende sporen ( zoösporen) voortkomen die vervolgens door het water naar de wortels zwemmen en deze infecteren. Verspreiding van de schimmel door het teelsysteem en grond vindt dus plaats d.m.v. zoösporen, zoösporangiën en oösporen.

Maatregelen

  • Start met een schoon of ontsmet teeltsubstraat en teeltsysteem. Bij telen op een kunstmatig teeltsubstraat het systeem voor de start van de teelt ontsmetten met hiervoor toegelaten ontsmettingsmiddelen.
  • Zorg voor schoon uitgangsmateriaal en zet geen zieke planten uit.
  • Gebruik geen water dat besmet kan zijn. Dus gebruik bijvoorbeeld bron- of leidingwater en ontsmet drainwater.
  • Voorkom zoveel mogelijk extreme teeltomstandigheden zoals extreme schommelingen in EC, extreem droog of nat teeltsubstraat en extreme temperaturen in het wortelmilieu,
  • Neem in periodes dat aantasting kan worden verwacht vroegtijdig water en wortelmonsters uit het teeltsubstraat en laat deze onderzoeken op de aanwezigheid van Pythium. Bij de aanwezigheid van Pythium kan aantasting vroegtijdig worden bestreden met chemische gewasbeschermingsmiddelen. Informatie over de middelen die zijn toegelaten is te vinden op de CTB site en in de gewasbeschermingkennisbank.

Meer informatie:

Aanvullende informatie

 

Ook vatbaar

In samenwerking met groenkennisnet.nl